Wijnbezinksel

wijnbezinksel | droesem | depot | moer

Heb je ooit meegemaakt dat je onder in je wijnglas of in de fles een hoopje donkere deeltjes en/of kristallen ontdekte? Hoe kunnen die daar terecht komen?
Wijnbezinksel is een eigenschap van zowel rode als witte ongefilterde wijnen. Sommige wijnmakers kiezen ervoor om hun wijnen ongefilterd te laten met de bedoeling om de kleur te behouden en om de wijn een rijkere textuur te geven. Maar hoe voorkom je dat dit in het glas terecht komt?

Wijnbezinksel (droesem)

Droesem – ook wel depot, moer of bezinksel genoemd – is de drab van vaste stoffen die in wijn achterblijft na het gistingsproces (de fermentatie) of na een bepaalde tijd van rijping | opvoeding van de wijn. De droesem kan bestaan uit wijnkristal, wijnsteenzuur, kleurstoffen en tannines. Dit alles kán (hoeft niet) een bittere zanderige smaak geven.
De stoffen slaan neer op het laagste punt van het fust of de wijnfles. Wijnflessen die liggend worden bewaard, kunnen over de lengte van de fles een spoor hiervan vertonen. Wanneer de fles rechtop gezet wordt, zal eventuele droesem door de wijn gaan zweven. Daarom dient men de fles met wijn een dag tevoren rechtop te zetten waardoor het droesem zich rond de ziel van de fles zal verzamelen. Hierna kan de wijn eenvoudiger gedecanteerd worden; schenk de wijn echter voorzichtig in de decanteer-kan zodat het bezinksel in de fles achterblijft.

.

Wat zit er in het wijnbezinksel?

Wijnbezinksel is dus een bij-product van het wijnmaken (vinificatie) en is niet gevaarlijk voor je gezondheid (hoewel het wel op je tanden kan afgeven). Het sediment kan diverse componenten bevatten:

  • Proteïne

Omdat proteïnes microscopisch kleine deeltjes zijn kan de wijn niet helemaal helder zijn. Een karakteristieke manier om de wijn helder te krijgen is het gebruik van eiwitten tijdens het stabiliseren van de wijn. Proteïnes worden vrijwel altijd verwijderd uit commerciele wijnen (vooral witte wijnen) omdat zij de wijn nogal snel in kwaliteit achteruit kunnen laten gaan

  • Wijnkristallen

De wijnkristallen zijn een bijproduct van wijnsteenzuur bij het maken van de wijn. Zij komen vooral voor in ongefilterde wijnen.

  • Druivenschillen en deeltjes

Je kunt druivenschillen tegenkomen als een hoopje zwarte rommel op de bodem van je glas.

wijnbezinksel

Wijnbezinksel: invloed op kwaliteit?

De droesem wijst niet op een bepaalde kwaliteit van een wijn. Heel oude wijnen bevatten er vaak wel meer van dan wijnen die gemaakt zijn in de laatste decennia. Het heeft met moderne wijnbereidingstechnieken te maken (de vinificatie).
De gevormde wijnsteen wordt niet als een “fout” van een wijn gezien. Het is een natuurlijke chemische reactie. Deze reactie kan door een sterke temperatuurschommeling worden veroorzaakt of verhevigd. De smaak van de wijn wordt door de kristallen, die zelf geen smaak hebben, niet beïnvloed.

Sur Lie

Sommige wijnen hebben een sticker waarop vermeld staat ‘sur lie’.
Wat betekent dat? ‘Lie’ zijn de dode gistdeeltjes die naar de bodem van de tank of het vat zinken. Als een wijn ‘sur lie’ is betekent dat dat de wijnmaker elke dag deze deeltjes door de wijn roert. Hierdoor wordt de smaak van de wijn rijker en voller (zonder het gebruik van eikenhout).
Bij de rijping van wijn wordt in Frankrijk – met name bij Muscadet – wel van lie gesproken. Deze lie´s zijn in verschillende soorten te onderscheiden,
• fijne lie – de grote vaste delen zijn voor het bottelen eruit gefilterd
• grove lie – de wijn is niet gefilterd en alle vaste delen zitten er nog in
Lie kan ook de droesem van dode gistcellen na de gisting zijn.
In 1977 is wettelijk vastgelegd wanneer op het etiket van de wijn de term “Sur Lie” mag staan.
De Crémant de Bordeaux, gemaakt volgens de methode champenoise, moet altijd tenminste anderhalf jaar op de lie rijpen. Daarna volgt de dégorgement en wordt de lie uit de hals van de fles verwijderd.

Opmerking: Met foezel wordt weleens slechte wijn met veel bezinksel aangeduid.